“Niet experimenteren zonder doel.”
Ik hoorde die zin laatst in een gesprek over innovatie. En hij bleef hangen. Want ik experimenteer graag. En juist die experimenten leveren vaak de mooiste oplossingen.
Al klopt het woord “zonder doel” voor mij eigenlijk niet. Ik experimenteer met een open vraag. Dat is iets anders dan een plan.
Bij mijn klant begon het met zo’n vraag: kunnen we het e-mailproces verbeteren met AI? Geen projectplan, geen business case. Gewoon bouwen en kijken waar het toe leidt.
Nu kan elke AI een e-mail schrijven, dat is het punt niet. De waarde ontstond doordat de agent binnen zijn applicatie werkt. Met de context van het dossier, in het bestaande proces. Niet perfect in één keer. Maar stap voor stap verfijnd.
Belangrijk detail: de agent levert een concept, geen automatische e-mails. De professional beoordeelt en verstuurt. Dat hoort ook zo in deze beroepsgroep.
Daarna kwam er een agent bij die een concept dagvaarding opstelt. En daarna een voor processtukken. Elk met zijn eigen skills. Geen van die stappen stond vooraf in een plan. Elke stap werd pas zichtbaar door de vorige. Je kunt geen doel stellen voor iets waarvan je nog niet weet dat het kan.
Het mooie is: mijn klant experimenteert net zo graag mee. Hij wil elke verbetering zo snel mogelijk in productie. Zien en voelen, dat maakt het tastbaar. En dat meekijken in de praktijk levert weer nieuwe inzichten en wensen op. Eigenlijk is het één gezamenlijk experiment. Zo krijg ik de ene na de andere verbaasde reactie terug. Hoe mooi is dat.
Experimenteren met een doel valideert wat je al weet. Experimenteren met een open vraag laat je ontdekken wat je nog niet kon bedenken.
Dus ja, structuur is prima. Maar bewaar ruimte voor het experiment waarvan je de uitkomst nog niet kent. Daar begint verrassend vaak het echte verhaal.